'Als ik morgen niet op transport ga, ga ik 's avonds naar de revue,' schreef verpleegster Mania Krell in haar brief uit Westerbork. Westerbork, het grootste doorgangskamp voor Joden in Nederland in de Tweede Wereldoorlog, was kamp en dorp tegelijkertijd. Kinderen konden er in de regel naar school, hun ouders gingen naar het werk, er was vertier zoals de revue. Tegelijkertijd werden er gedurende tweeënhalf jaar meer dan honderdduizend mensen naar de concentratie- en vernietigingskampen in het oosten gedeporteerd. In Als ik morgen niet op transport ga baseert Eva Moraal zich vooral op de geïnterneerden zelf: mannen en vrouwen, kinderen en volwassenen, Nederlandse en Duitse Joden schreven over hun ervaringen in het kamp in brieven, dagboeken en memoires. Er rijst een indringend beeld op van het dagelijks leven in kamp Westerbork zoals bewoners het beleefden en zich herinnerden. Eva Moraal (Schiedam, 1982) studeerde cum laude af in de maatschappijgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Van 2006 tot 2013 was zij als promovenda verbonden aan het NIOD en de UvA. In 2013 promoveerde zij op haar onderzoek naar Kamp Westerbork. Naast haar werkzaamheden als historica, schrijft Eva Moraal jeugdromans.